Een verwoest dorp In de beginfase van de Tachtigjarige Oorlog (1568-1648) was met name het noordelijk deel van het hertogdom Brabant meermalen het strijdtoneel tussen de Spanjaarden en de ‘opstandelingen’. Zo werd Nispen, net als Roosendaal, Essen en Kalmthout, in 1583 zwaar getroffen. Soldaten van de Franse maarschalk Armand de Gontaut, baron van Biron en in dienst van het Staatse leger (zie afbeelding) begonnen, in afwachting van het beleg van het kasteel te Wouw, uit verveling de nabij gelegen plaatsen te plunderen. De Nispense kerk en alle huizen gingen in vlammen op. Verstrooid namen de meeste inwoners de vlucht naar vreemde streken, vooral naar Zeeland en Zuid-Holland. Omstreeks 1593 keerden de overlevenden terug en vonden een verwoest dorp. Het kerkgebouw was, op enkele muren na, geheel door brand verwoest. De inwoners hadden binnen de muren van de kerk een hut opgetrokken welke als noodkapel diende maar ook deze bleek na korte tijd bouwvallig. Beeldenstormers sloegen de overgebleven heiligenbeelden stuk. Om verder te lezen ■ P.M. Toebak, Kerkelijk-godsdienstig leven in westelijk Noord-Brabant, 1580-1652. Dekenale visitatieverslagen als bron, Breda, Gemeentearchief Breda, 1995 (Publicatiereeks Gemeentearchief Breda, nr. 13).
heemkundekring   de Heerlijckheijd Nispen
Contact Contactgegevens
Over deze site Proclaimer Privacyverklaring
Renaissance 1500 - 1600
1593
heemkundekring   de Heerlijckheijd Nispen
1593
Renaissance 1500 - 1600
Een verwoest dorp In de beginfase van de Tachtigjarige Oorlog (1568- 1648) was met name het noordelijk deel van het hertogdom Brabant meermalen het strijdtoneel tussen de Spanjaarden en de ‘opstandelingen’. Zo werd Nispen, net als Roosendaal, Essen en Kalmthout, in 1583 zwaar getroffen. Soldaten van de Franse maarschalk Armand de Gontaut, baron van Biron en in dienst van het Staatse leger (zie afbeelding) begonnen, in afwachting van het beleg van het kasteel te Wouw, uit verveling de nabij gelegen plaatsen te plunderen. De Nispense kerk en alle huizen gingen in vlammen op. Verstrooid namen de meeste inwoners de vlucht naar vreemde streken, vooral naar Zeeland en Zuid-Holland. Omstreeks 1593 keerden de overlevenden terug en vonden een verwoest dorp. Het kerkgebouw was, op enkele muren na, geheel door brand verwoest. De inwoners hadden binnen de muren van de kerk een hut opgetrokken welke als noodkapel diende maar ook deze bleek na korte tijd bouwvallig. Beeldenstormers sloegen de overgebleven heiligenbeelden stuk. Om verder te lezen ■ P.M. Toebak, Kerkelijk-godsdienstig leven in westelijk Noord-Brabant, 1580-1652. Dekenale visitatieverslagen als bron, Breda, Gemeentearchief Breda, 1995 (Publicatiereeks Gemeentearchief Breda, nr. 13).
Contact Contactgegevens
Over deze site Proclaimer Privacyverklaring